Wat is de Huid?

De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam. Bij de volwassene is het oppervlak 1.5 – 2.0 m2 . Het gewicht van de huid, inclusief het onderhuids bindweefsel is 15-20 kg. De huid beschermt tegen allerlei invloeden van buitenaf. De huid bestaat uit drie lagen. De bovenste laag wordt gevormd door de opperhuid: de epidermis.  De middelste lag heet de lederhuid oftewel de dermis. De onderste laag het het onderhuidse bindweefsel oftewel de subcutis. De functie van bindweefsel is het verbinden van en het geven van steun aan andere weefsels en organen. Onder de subcutis bevindt zich nog een laag, de vetlaag. In de lederhuid zitten ook zogenaamde huidaanhangsels. Voorbeelden van huidaanhangsels zijn talgklieren, zweetklieren, haarwortels en plaatsen waar nagels worden aangemaakt worden, het nagelbed.

Wat is de opperhuid (epidermis)?

De epidermis bestaat voornamelijk uit speciale huidcellen genaamde de keratinocyten. De keratinocyten worden in de onderste laag (de basale laag) gevormd en schuiven van daaruit langzaam naar boven. Geleidelijk gaan ze over in een dode verhoornde cellaag, de hoornlaag, waar de cellen steeds losser tegen elkaar liggen. De verbinding tussen de afzonderlijke opperhuidcellen is van groot belang voor de bescherming van de huid, onder andere tegen uitdroging. De opperhuid is normaal slechts enkele tienden van een millimeter dik, waar bij de hoornlaag niet meer is dan een dun vliesje. Op plaatsen waar de huid veel eelt bevat, zoals de handpalmen en de voetzolen, is de hoornlaag extra dik. Doordat de cellen in de basale laag zich voortdurend delen en deze uiteindelijk aan de bovenkant afschilferen, vernieuwt de opperhuid zich ongeveer één keer per maand. Het vermogen tot aanmaak van nieuwe cellen in de basale laag, maakt dat de huid bij een verwonding vrij snel dichtgroeit. De delingsactiviteit van de basale laag wordt door verschillende factoren bepaald. Bij jonge mensen verloopt de celdeling sneller dan bij ouderen. De afschilfering aan het oppervlak is, behalve op het behaarde hoofd bij roos en bij bepaalde huidziekten (zoals psoriasis), gewoonlijk niet zichtbaar.

In de opperhuid bevinden zich behalve de keratinocyten nog melanocyten. Melanocyten zijn pigmentcellen die tussen de cellen van de basale cellaag liggen en de pigmentkorrels maken die via uitlopers worden overgedragen aan de keratinocyten. Het pigment van de pigmentkorrels, het melanine, bepaalt voor een belangrijk deel de kleur van de huid en beschermt ons tegen zonlicht. Hoe meer pigmentkorrels, hoe donkerder de huid. De opperhuid vormt in zijn geheel een natuurlijke barrière tegen chemische stoffen en fysische invloeden zoals zuren, tegen uitdroging en beschadiging door zonlicht. De huid beschermt ons ook tegen het binnendringen van bacteriën, schimmels en virussen.

Hoe het pigment in de huid wordt gevormd?

Pigment is een bruine kleurstof die wordt aangemaakt door de pigmentcellen die zich in de onderste laag van de opperhuid bevinden. Pigmentcellen liggen dus relatief oppervlakkig in de huid. In de pigmentcel wordt het pigment verpakt in pigment korreltjes, en zo afgegeven aan de bovenliggende opperhuidcellen. Pas wanneer het pigment zich in de opperhuidcellen bevindt, is de huid zichtbaar gepigmenteerd. Ieder mens, blank of donker, jong of oud heeft ongeveer evenveel pigmentcellen per oppervlakte eenheid. De activiteit van deze pigmentcellen en de hoeveelheid, rijpheid en grootte van de pigmentkorreltjes bepalen iemands huidskleur, en ook de kleur van haren en ogen. Bij donkere rassen bevatten pigmentcellen veel meer en grotere, rijpere pigmentkorreltjes en zijn de opperhuidcellen veel voller beladen met pigmentkorreltjes dan bij blankere rassen. De functies van pigmentcellen zijn behalve het bepalen van de huidskleur ook het beschermen van de huid tegen schadelijke ultraviolette (UV-) stralen. Onder invloed van UV- straling neemt het aantal werkzame pigmentcellen en de pigment aanmaak toe. Het resultaat is een bruine verkleuring van de huid.

Wat is de lederhuid (cutis/dermis)?

De lederhuid is een 1-3 mm dikke bindweefsellaag. Deze bestaat voornamelijk uit bindweefselcellen, bindweefselvezels en een gel-achtige grondsubstantie. De onderkant van de opperhuid en de bovenkant van de lederhuid zijn niet vlak. De grens vertoont een sterk golvend patroon met in- en uitstulpingen waardoor beide lagen in elkaar grijpen en de opperhuid in de lederhuid verankerd ligt. De uitstulpingen van de lederhuid in de opperhuid zitten vol met hele kleine bloedvaatjes (haarvaatjes) en lymfevaatjes, van waaruit de bovenliggende opperhuid wordt gevoed en afvalstoffen worden afgevoerd. Meer naar onderen in de lederhuid bevindt zich een dicht vlechtwerk van grotere bloedvaatjes en lymfevaatjes. Andere zenuwvezels verzorgen de talg- en zweetklieren, de spiertjes rond de haren en de bloedvaatjes. De bloedvaten in de huid zijn niet alleen verantwoordelijk voor de voeding (en zuurstofvoorziening) van de huid zelf, maar ook voor het regelen van de lichaamstemperatuur. de huiddoorbloeding bepaalt in belangrijke mate de hoeveelheid warmte die aan de buitenwereld wordt afgegeven. De vezels in de huid bepalen de rekbaarheid en de trekvastheid. Hoe ouder de huid, des te minder rekbaar en trekvast deze is. In de lederhuid bevinden zich ook talrijke zenuwuiteinden die de mens tast- pijn- en temperatuurzin verschaffen .

Wat is het onderhuids bindweefsel (subcutis)?

Het onderhuidse bindweefsel bestaat voornamelijk uit vet. Het heeft een belangrijke functie als warmte-isolerende laag, energie-en opslagplaats en stootkussen.

Wat zijn talg- en zweetklieren?

– De talgklieren zijn verspreid over de gehele huid, behalve op de handpalmen en de voetzolen. Zij liggen altijd naast een haarfollikel en monden daarin uit. Talg bestaat uit een mengsel van allerlei vettige stoffen die de huid soepel houden en beschermen tegen uitdroging. Gemiddeld zijn er zo’n kleine honderd talgklieren op ieder vierkante centimeter. Op het midden van de borst en de rug, in het gezicht en op het behaarde hoofd loopt dit aantal op tot bijna duizend. Mensen met een hoge talgproductie hebben dan ook vaak last van vet haar.

– De zweetklieren komen eveneens over het gehele lichaam voor. Er zijn twee soorten zweetklieren. De zogenoemde eccriene zweetklieren komen over het gehele lichaam voor en spelen een belangrijke rol bij het regelen van de lichaamstemperatuur. Bij emoties of nervositeit scheiden vooral de klieren in het gelaat en de handpalmen veel zweet af. De zweetklieren in de oksels en rond de geslachtsorganen, de zogenoemde apocriene zweetklieren, hebben een andere bouw en functie. In het dierenrijk spelen deze een belangrijke rol bij herkenning van de soort en het afbakenen van hun leefgebied. Bij de mens staat die functie niet meer op de voorgrond , maar kan de geur seksueel prikkelend zijn.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Copyright notice !!